Kaart
Menu

De laatste trein - het verhaal van Bram Querido

De straten van Wijk C

Abraham Querido wordt geboren in 1911, in de Bergstraat in de volksbuurt Wijk C. Hij groeit op in een Joods gezin, zijn ouders Levie en Roosje verkopen textiel, band en garen als marktkooplieden op straat. Levie was ook voorzitter van de marktkoopliedenbond. Later heeft in het woonhuis ook nog een winkeltje gezeten. Bram heeft twee oudere zussen, Sara en Judith. Hij beleeft een gelukkige jeugd in Wijk C. Later verhuist het gezin naar de Nieuwe Daalstraat, waar ze een dienstmeisje aannemen, de katholieke Sophia Daamen, ook wel Fientje genoemd. Bram en Fientje worden verliefd en trouwen in 1941. Bram is 29 jaar en geneeskundestudent als de oorlog uitbreekt. Hij mag zijn studie niet afmaken vanwege zijn Joodse afkomst. Bram weigert de Jodenster te dragen, en duikt in 1942 onder.

De laatste trein

Eerst duikt Bram onder in de Esdoornstraat in Utrecht, vlak achter de Amsterdamsestraatweg. Hij duikt daar onder bij een communistische vrouw, die hij omschrijft als 'een mevrouw die nergens, maar dan ook nergens bang voor is'. Bram duikt niet de hele oorlog onder in Utrecht. Hij verhuist na acht maanden naar een ander onderduikadres in Den Haag. Het onderduiken valt hem zwaar, hij zit altijd binnen en kan zich niet wassen, hij voelt zich erg vies. Op een dag waagt hij zijn kansen en gaat hij naar een badhuis. Daar waarschuwt een man hem voor de Sicherheitsdienst die aan het controleren is. Bram bedankt de man vriendelijk - en wordt meteen opgepakt. Het is een list! De waarschuwende man blijkt zelf voor de Sicherheitsdienst te werken. Bram zit eerst gevangen in het Oranjehotel in Scheveningen - waar hij vanwege zijn ijdelheid nog in de problemen komt vanwege het bezit van een spiegeltje - en gaat daarna naar Westerbork. Als hij daar aankomt, is de laatste trein vanuit het doorgangskamp al vertrokken, waardoor hij niet meer naar een concentratie- of vernietigingskamp gedeporteerd kan worden. Bram blijft gevangenzitten in Westerbork tot het einde van de oorlog. Fientje, en hun jonge dochtertje Roos (1943) zijn al die tijd veilig in Den Haag, maar worden daardoor pas een ruime maand later bevrijd dan Bram. Tot zij allebei bevrijd zijn kunnen Bram en Fientje elkaar wel brieven schrijven. Bram schrijft aan Fientje: “Vrijheid is een toverwoord. Eindelijk is het zover” en “Spoedig liggen we in elkaars armen”.  Maar het ergste moet nog komen. Als Bram eindelijk thuiskomt, ontdekt hij dat er maar heel weinig Nederlandse joden zijn teruggekomen. Zijn eigen familie zit daar niet bij. Maar liefst 90 Querido’s komen niet terug.

Een tweede leven

Het verdriet en de verslagenheid is groot. Bram is alles kwijt en heeft bijna niemand meer over. Alleen Fientje, dochtertje Roos, zus Judith, en nichtje Roosje Hilversum overleven de oorlog. Bram en Fientje nemen Roosje, de dochter van Sara, op in hun gezin als Oorlogspleegkind. Ze worstelen de eerste jaren na de oorlog, in Het Utrechts Archief liggen meerdere hulpaanvragen van Bram, vooral voor kleding voor zijn vrouw, hun kinderen en hijzelf. In 1949 slaagt Bram erin om zijn opleiding tot arts af te ronden. Hij gaat aan de slag als huisarts, zijn praktijk wordt gevestigd aan Weerdsingel 35. Hij gaat onder andere in zijn oude wijk, Wijk C, werken. Bram is er bekend en geliefd, ze noemen de 1,54 meter lange huisarts ook wel 'het kleintje'. Bram en Fientje krijgen na de oorlog nog drie zoons, die allen arts worden, net als hun vader. Bram wordt in de jaren zestig bekend als de sportarts van F.C. Utrecht. Dat is een perfecte baan, want voetbal is zijn grote passie. Bram overlijdt in 1999 op 88-jarige leeftijd.

Hoewel Brams zoon Rudi zich een gelukkige jeugd herinnerde, waarin vooral vrolijkheid overheerste en weinig over de oorlog werd gesproken, waren rouw en herdenking nooit ver weg voor een man die zulke grote verliezen heeft geleden. Zijn kinderen hadden aan vaderskant geen grootouders om mee op te groeien, ooms, tantes, neefjes en nichtjes waren er ook nauwelijks meer. Elke avond, voor het slapengaan, zei Bram Querido zijn overleden familieleden welterusten. Hij bleef hun namen noemen, naar het Joodse geloof dat wiens naam genoemd wordt, nooit een tweede keer kan sterven. Bram ligt niet begraven op de Joodse Begraafplaats, maar op Daelwijck in Overvecht, samen met Fientje. Op hun graf ligt een gedenksteen met de namen van Levie, Roosje en Sara. Hun namen worden niet vergeten, zij zullen niet nogmaals sterven.

Utrecht
Time Machine
© 2023 Utrecht Time Machine
Geolocatie wordt niet ondersteund door jouw browser
Je hebt geen toestemming gegeven voor geolocatie
Informatie voor geolocatie is niet beschikbaar
Geolocatie ophalen duurde te lang
Onbekende fout: probeer opnieuw
Utrecht
Time Machine